Roeselare is een plaats en stad in de Belgische provincie West-Vlaanderen. De stad telt ruim 56.000 inwoners en ligt centraal in de provincie West-Vlaanderen. Roeselare profileert zich als Rodenbachstad en als Hart van West-Vlaanderen.
De Belforttoren en het beroemde Klein Seminarie zijn bekende punten, waar onder meer priester Hugo Verriest, de dichters Guido Gezelle en Albrecht Rodenbach en vele anderen een stuk Vlaamse geschiedenis schreven.
Roeselare wordt reeds vermeld in 822 en was vanaf de 10e eeuw een belangrijke nijverheids- en handelsplaats, die in 1250 stadsrechten en privileges kreeg.
Rond 1260 werd op de markt een belfort en halle gebouwd. Omdat er geen verdedigingswerken rond de stad waren opgetrokken, was de stad een gemakkelijk doelwit voor plunderaars. Om de veiligheid te garanderen richtte men in Roeselare al snel enkele schuttersgilden op. Die konden uiteraard weinig verrichten tegen oorlogsgeweld. In 1488 en 1492 werd de stad verwoest door het leger van Maximiliaan van Oostenrijk. Zo goed als alle vroegmiddeleeuwse bouwwerken waren met de grond gelijk gemaakt. De stad werd rond 1500 opnieuw opgebouwd, in een andere bouwstijl dan voorheen.
Het centrum van Roeselare behoorde steeds tot de Heerlijkheid van Wijnendale en viel zo onder de heerschappij van het Hertogdom Kleef in de 15e en 16e eeuw en onder de Hertogen van Pfalz-Neuburg in de 17e en 18e eeuw.
Enige tijd was er vrede in Roeselare, maar dit was slechts stilte voor de storm. Op 26 augustus 1566 trok de beeldenstorm door de stad. Verschillenden beelden uit de Sint-Michielskerk en uit de halle sneuvelden. Na het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog verdween de ooit bloeiende lakenindustrie volledig uit Roeselare en volgde een periode van economisch verval. Deze donkere periode kende echter een lichtpuntje: in Venetië componeerde Roeselarenaar Adriaen Willaert als eerste meerstemmige muziek.
In 1609 werd het Twaalfjarig Bestand afgeroepen. Roeselare herrees, maar niet voor lang, want vanaf 1640 begon de oorlog opnieuw. Door de vrede van Nijmegen in 1678 werd Roeselare een deel van Frankrijk en zo ook een grensstad, met alle gevolgen van dien. Roeselare werd een beruchte smokkelroute. De stadskas was leeg en er was dus geen geld om het belfort en de halle te herstellen. Dit had tot gevolg dat op 30 oktober 1704 het belfort instortte. In zijn val vernielde de toren het grootste deel van de halle zelf. Met het puin werd een nieuwe, kleinere opgetrokken, die jammer genoeg afbrandde in 1749. De kelders van het vroegere belfort bevinden zich nog steeds onder het marktplein.
Ondanks de vele verwoestingen en rampen die Roeselare tijdens haar geschiedenis gekend heeft, bleef de Sint-Michielskerk in redelijk goede staat. Toch is de toren als gevolg van een hevige storm op 19 januari 1735 ingestort. De toren werd herbouwd; enkele tientallen meters korter. (De drie grote rampen verklaren grotendeels, dat de kerk drie bouwstijlen kent.) Rond 1770 werd het stadhuis in rococostijl gebouwd.
Na de slag bij Waterloo werd Roeselare bij Nederland gevoegd, tot de onafhankelijkheid van België. De onafhankelijkheid bracht ook armoede mee. Gelukkig verbeterde de situatie aanzienlijk na de aanleg van de spoorweg Kortrijk-Brugge (1838) en na de uitvinding van de stoommachine. Van 1862 tot 1872 werd het kanaal naar de Leie gegraven. Ook dit zorgde voor een heropleving van de economie. Nadat het kanaal gegraven was werden aanlegsteigers gebouwd en groeide de industrie in Roeselare, wat tot een bevolkingstoename leidde. Roeselare stond bekend als het Manchester van België.
Op 28 juli 1875 vond de "Groote Stooringe" plaats, een studentenopstand tegen het gebruik van Frans in het onderwijs, die geleid werd door Albrecht Rodenbach. Rodenbach stichtte tal van studentenverenigingen en was tevens schrijver. (De Groote Stooringe is sinds enkele jaren een cultureel feest in Roeselare.)
Tijdens de Eerste Wereldoorlog had de stad veel te lijden van het geallieerde artillerievuur. De stad werd heropgebouwd, maar was pas volledig klaar toen de Tweede Wereldoorlog begon. De stad heeft niet veel geleden onder de Tweede Wereldoorlog en werd door de Polen bevrijd. Getuige hiervan is de benaming van het Polenplein en de gedenkstenen voor de gesneuvelde Poolse soldaten.
Rond de jaren zestig werd de REO groenten- en fruitveiling in gebruik genomen. Deze is vandaag nog de grootste groenten- en fruitveiling van Vlaanderen. De huidige gemeente Roeselare ontstond in 1977 door samenvoeging van Roeselare, Beveren, Oekene en Rumbeke.
Naast het centrum van Roeselare zelf telt de gemeente nog de deelgemeenten Beveren, Oekene en Rumbeke.
De kernen Beveren en Rumbeke zijn door nieuwe bebouwing en bedrijventerreinen vergroeid geraakt met het stadscentrum van Roeselare. De kleine kern van Oekene ligt op de grens van het landelijke open gebied ten zuiden van de stad en de verstedelijking bij Rumbeke. De agglomeratie van de stad strekt zich langs het kanaal Roeselare-Leie uit tot bijna de agglomeratie van de nabijgelegen kleinere stad Izegem.
In de gemeente Roeselare liggen nog enkele kleinere gehuchten. Op het grondgebied Rumbeke ligt langs de steenweg naar Menen (N32) op minder dan een kilometer ten zuiden van het stadscentrum het gehucht Zilverberg. Het dorpje Beitem ligt ongeveer drie kilometer meer zuidelijker langs dezelfde weg.
De stad zelf telt verscheidene katholieke parochies, namelijk Sint-Michiel, Sint-Amand, Heilig-Hart, Sint-Jozef, Heilige-Godelieve en Onze-Lieve-Vrouw en er is een protestantse kerk.
|